Terecht erkent rechter Mediacode RVD niet

Het bestuur van het Genootschap is tevreden met de uitspraak van de rechter in Amsterdam dat de Mediacode van de Rijksvoorlichtingsdienst niet kan worden aangemerkt als een bindende overeenkomst.

Vrijdag 28 augustus 2009

Het bestuur van het Genootschap is tevreden met de uitspraak van de rechter in Amsterdam dat de Mediacode van de Rijksvoorlichtingsdienst niet kan worden aangemerkt als een bindende overeenkomst. De rechter bepaalde dit vrijdag 28 augustus in zijn vonnis in het kort geding dat de kroonprins, zijn echtgenote en hun oudste dochter hadden aangespannen tegen persbureau Associated Press (AP).

Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren heeft de eenzijdig afgekondigde Mediacode van de Rijksvoorlichtingsdienst nooit aanvaard als beperkende afspraak. Zelfs als een medium ingaat op de uitnodiging van de Rijksvoorlichtingsdienst voor het officiële persmoment, kan de Mediacode het medium niet verbieden later privé-foto’s te publiceren als het die nieuwswaardig acht.

Het Genootschap meent dat zijn leden-hoofdredacteuren zelf kunnen bepalen of een foto nieuwswaardig is of niet. Dat is niet aan de Rijksvoorlichtingsdienst of de gefotografeerde. Dit geldt ook voor berichten. Uiteraard hoort daarbij de afweging of de privacy van betrokkenen mogelijk onevenredig wordt geschonden. In het uiterste geval kan de rechter een oordeel vellen over deze afweging.

Het Genootschap is tevreden dat de rechter zich uitsluitend heeft uitgesproken over de vier foto’s die in het geding waren en niet over toekomstige beelden. De eisers hadden dit wel gevraagd. Wel vindt het Genootschap het eigenaardig dat een persbureau is gedagvaard, aangezien dit zelf de foto’s of berichten niet publiceert. Dit geldt nog eens extra, aangezien de eisers ter zitting kenbaar hebben gemaakt dat ze geen bezwaar hebben tegen het maken van foto’s van een privé-situatie in een publieke ruimte. Het gaat de eisers slechts om de publicatie van de gemaakte foto’s.

Het Genootschap is het oneens met het oordeel van de rechter dat het gegeven dat het gezin in Argentinië vakantie viert (‘als dit als een nieuwsfeit moet worden aangemerkt’) met een bericht afgedaan had kunnen worden. Dit oordeel zet de visuele media als nieuwsbrengers deels buiten spel.